
Alle dijken in Nederland moeten een superstorm kunnen trotseren. Als overheid toetsen we daarom sinds 1996 iedere vijf jaar of onze dijken en duinen nog sterk genoeg zijn. We kijken dan bijvoorbeeld naar de sterkte van de golven, de hoogte van de dijken en de verwachtte stijging van de zeespiegel. Waterkeringen die niet sterk genoeg zijn om mensen goed te beschermen, worden aangepakt.
In Zeeland moet onze kustversterking een storm kunnen weerstaan die eens in de 4000 jaar kan voorkomen. Ter vergelijking: de storm uit 1953 komt gemiddeld eens in de 250 jaar voor. Op plaatsen in bijvoorbeeld de Randstad, ligt die norm zelfs nog hoger. Daar moet de waterkering een storm kunnen trotseren die eens in de 10.000 jaar kan voorkomen. De eisen zijn daar dus nog strenger (ze behoren zelfs tot de strengste ter wereld), omdat de economische waarde achter de duinen en dijken veel hoger is. Als er een ramp gebeurt, is de schade in drukbevolkte plaatsen of bij belangrijke industriegebieden veel groter dan in Zeeland.
In 2006 is er voor het laatst zo’n toetsingsronde geweest. Uit dit onderzoek bleek dat ongeveer 100 kustvakken in Nederland niet sterk genoeg zijn. Al die projecten moeten voor 2015 versterkt zijn. Acht van die kustvakken moesten zelfs dringend aangepakt worden, de zogenoemde Zwakke Schakels. Twee hiervan liggen in Zeeland: één in West Zeeuws-Vlaanderen en één op Walcheren (Nolle-Westduin en Westkapelle).
Omdat het flink wat werk is om al die 100 projecten te coördineren, is er een speciaal programmabureau opgericht door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W): het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Zij houden toezicht op de voortgang van alle kustversterkingen en ondersteunen Rijkswaterstaat en de waterschappen bij de uitvoering ervan. Het programmabureau let bijvoorbeeld op de kosten, de kwaliteit en de planning.
In Zeeland staan er een paar grote projecten op het programma. Zo kost de Zwakke Schakel in West Zeeuws-Vlaanderen alleen al 160 miljoen euro. In bijvoorbeeld Limburg is er juist weinig werk te doen. Het zou dan niet eerlijk zijn als de inwoners van de ene provincie veel en andere juist weinig moeten betalen. Al deze kustversterkingen worden daarom betaald door het Rijk. Zo betaalt iedere Nederlander mee aan het behouden van droge voeten in ons land.
Dit programma omvat ruim 100 waterkeringen in Nederland die verstevigd moeten worden. Deze projecten zijn samengesteld op basis van verschillende toetsingen door het Rijk. Er is gekeken naar bijvoorbeeld golfsterktes, de hoogte van de dijken en de verwachtte stijging van de zeespiegel. Waterkeringen die niet sterk genoeg zijn om mensen goed te beschermen, worden aangepakt.
Lees meer over het Hoogwaterbeschermingsprogramma op www.helpdeskwater.nl/waterkeren/hwbp
Behalve de projecten van het HWBP wordt er ook door een ander programmabureau hard gewerkt aan onze kust en wel door het projectbureau Zeeweringen. Dit is een samenwerkingsverband van Rijkswaterstaat, waterschap Zeeuwse Eilanden en waterschap Zeeuws-Vlaanderen. Het projectbureau versterkt de steenbekleding van de Zeeuwse dijken. Er is ruim 900 miljoen euro gereserveerd voor het project. In 2015 moeten we in totaal 325 kilometer dijk hebben versterkt.
Begin jaren negentig bleek dat de steenbekleding van veel dijken niet meer aan de veiligheidseisen voldeed. Tijdens een fikse storm met zware golfaanvallen konden de stenen of betonblokken losslaan; de steenbekleding was te licht. Hoewel er nooit sprake is geweest van direct gevaar, was dit toch de aanleiding om in 1997 projectbureau Zeeweringen op te richten.
Lees meer over het projectbureau op www.zeeweringen.nl